Profetie tegen het huis van Báësa
Vers 1 Toen geschiedde het woord des Heeren tot Jehu, den zoon van Hanani, tegen Baësa, zeggende:1 Jehu, Van deze profeet leest men ook 2 Kron. 19:2, en 2 Kron. 20:34, en is te onderscheiden van Jehu, die koning van Israël geweest is, onder, 1 Kon. 19:16, en van anderen, die deze naam mede gehad hebben, 1 Kron. 2:38, en 1 Kron. 12:3.2 Hanani, Die mede te onderscheiden is van anderen, die denzelfden naam gehad hebben, 1 Kron. 25:4; Ezra 10:20.Vers 2 Daarom, dat Ik u uit het stof verheven, en u tot een voorganger over Mijn volk Israël gesteld heb, en gij gewandeld hebt in den weg van Jerobeam, en Mijn volk Israël hebt doen zondigen, Mij tot toorn verwekkende door hun zonden;3 uit het stof Dat is, uit een zeer lagen en geringen staat. Vergelijk 1 Sam. 2:8; Ps. 113:7. Het woordje stof is dikwijls genomen voor laagheid, verachting, onvermogen, droefheid, nietigheid, Job 16:15; Ps. 7:6, en Ps. 119:25; Jes. 26:5; Klaagl. 3:16.4 gewandeld hebt Zie boven, 1 Kon. 15:26.5 doen zondigen, Zie boven, 1 Kon. 14:16.Vers 3 Zie, zo zal Ik de nakomelingen van Baësa, en de nakomelingen van zijn huis wegdoen; en Ik zal uw huis maken, gelijk het huis van Jerobeam, den zoon van Nebat.6 zo zal Ik Anders, zo zal Ik doen branden achter Baësa en achter zijn huis.7 huis wegdoen; Dat is, geslacht; alzo in het volgende. Zie boven, 1 Kon. 14:10.Vers 4 Die van Baësa in de stad sterft, zullen de honden eten, en die van hem in het veld sterft, zullen de vogelen des hemels eten.8 Die van Baësa Zie boven, 1 Kon. 14:11.Vers 5 Het overige nu der geschiedenissen van Baësa, en wat hij gedaan heeft, en zijn macht, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Israël?Vers 6 En Baësa ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven te Thirza; en zijn zoon Ela regeerde in zijn plaats.9 Thirza; Zie van deze stad boven, 1 Kon. 14:17.Vers 7 Alzo geschiedde ook het woord des Heeren, door den dienst van den profeet Jehu, den zoon van Hanani, tegen Baësa en tegen zijn huis; en dat om al het kwaad, dat hij gedaan had in de ogen des Heeren, Hem tot toorn verwekkende door het werk zijner handen, omdat hij was gelijk het huis van Jerobeam, en omdat hij hetzelve verslagen had.10 Alzo geschiedde De zin is: Gelijk tevoren het woord des Heeren geschied was door den profeet Ahia tegen Jerobeam, boven, 1 Kon. 14:7 dat ook alzo hetzelfde geschied is door den profeet Jehu tegen Baësa en dat beide voorzeggingen elk op haar tijd vervuld zijn.11 den dienst Hebreeuws, door de hand; alzo onder, 1 Kon. 16:1. Zie Lev. 8:36.12 in de ogen Alzo onder, 1 Kon. 16:19,25,30. Zie Gen. 38:7, en boven, 1 Kon. 11:6.13 het werk Hetwelk meest tweeërlei was: I. afgoderij, in welke hij Jerobeam was gelijk geweest; II. moorddadigheid en tirannie tegen diens huis bedreven, gelijk de volgende woorden van 1 Kon. 16:7 uitwijzen. Vergelijk Hos. 1:4.14 hetzelve Te weten, het huis van Jerobeam.