Abíam koning van Juda
Vers 1 In het achttiende jaar nu van den koning Jerobeam, den zoon van Nebat, werd Abiam koning over Juda.1 Abiam Anders, Abia; 2 Kron. 12:16, en 2 Kron. 13:1, enz.Vers 2 Hij regeerde drie jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Maächa, een dochter van Abisalom.2 drie jaren Beginnende van het achttiende jaar des koninkrijks van Jerobeam, 1 Kon. 15:1, en eindigende met het twintigste. Zie onder, 1 Kon. 15:9.3 Maächa, Ook geheten Michaja; 2 Kron. 13:2.4 Abisalom. Deze wordt ook Absalom genoemd, 2 Kron. 11:21. Enigen houden hem geweest te zijn de zoon Davids; vele anderen, een ander van denzelfden naam, die van Gibea was, anders ook genoemd Uriël, 2 Kron. 13:2. Zie aldaar de aantekeningen.Vers 3 En hij wandelde in al de zonden zijns vaders, die hij voor hem gedaan had; en zijn hart was niet volkomen met den Heere, zijn God, gelijk het hart van zijn vader David.5 volkomen Zie boven, 1 Kon. 8:61.Vers 4 Maar om Davids wil, gaf de Heere, zijn God, hem een lamp in Jeruzalem, verwekkende zijn zoon na hem, en bevestigende Jeruzalem.6 om Davids wil, Zie boven, 1 Kon. 11:12.7 lamp Zie boven, 1 Kon. 11:36.8 bevestigende Te weten, in zijn voorgaanden staat der politie en der religie, behoudende nog daarin de koninklijke majesteit, met de overblijfselen van de rechte leer en den zuiveren godsdienst.Vers 5 Omdat David gedaan had wat recht was in de ogen des Heeren, en niet geweken was van alles, wat Hij hem geboden had, al de dagen zijns levens, dan alleen in de zaak van Uria, den Hethiet.9 wat recht Alzo onder, 1 Kon. 15:11. Zie boven, 1 Kon. 11:33.10 dan alleen Versta deze uitneming, ten aanzien van zeer grove zonden, die geschieden met een zeker voorweten van hetgeen God verboden heeft, zonder voorgaande onbedachtheid, vergetenheid, of misgrijping des oordeels.Vers 6 En er was krijg geweest tussen Rehabeam en tussen Jerobeam, al de dagen zijns levens.11 zijns levens. Namelijk, van Rehabeam. Van dezen oorlog is ook gewag gemaakt boven, 1 Kon. 14:30. Hetzelfde wordt hier nu weder vernieuwd, om aan te wijzen dat zijn zoon Abiam in denzelfden oorlog volduurd heeft; gelijk te zien is in 1 Kon. 15:7 en 2 Kron. 13:2,3.Vers 7 Het overige nu der geschiedenissen van Abiam, en alles, wat hij gedaan heeft, is dat niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Juda? Er was ook krijg tussen Abiam en tussen Jerobeam.12 in het boek Zie boven, 1 Kon. 14:19.Vers 8 En Abiam ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad Davids; en Asa, zijn zoon, regeerde in zijn plaats.13 ontsliep Zie boven, 1 Kon. 1:21; Deut. 31:16.14 stad Davids; Zie boven, 1 Kon. 2:10.