Advertentie

1 Koningen 10:14-29

16 verzen · 36 kanttekeningen · Statenvertaling

Sálomo's rijkdom

Vers 14 Het gewicht nu van het goud, dat voor Salomo op een jaar inkwam was zeshonderd zes en zestig talenten gouds;22 op een jaar Dat is, op elk jaar. Zie Num. 28:13.23 talenten gouds; Zie de waarde van een talent gouds, Exod. 25:39.Vers 15 Behalve dat van de kramers was, en van den handel der kruideniers, en van alle koningen van Arabië, en van de geweldigen van dat land.24 kramers Of, kraamlieden. Hebreeuws, van de mannen die bespieden, doorzoeken, doorsnuffelen. Versta dezulken, die van grote kooplieden in verscheidene landen uitgezonden worden, om hun waren ten duurste te verkopen, en andere tot den minsten prijs in te kopen, en dan dezelve aan hun meesters over te zenden, of toe te brengen. Anderen verstaan dit van de tollenaars of pachters, die zeer nauw plegen toe te zien om de kooplieden te betrappen, die van hun goederen iets zouden mogen versteken en verborgen houden.25 kruideniers, Of, drogisten.26 koningen van Arabië, Versta, degenen, die nabij gelegen waren, zowel oostwaarts als zuidwaarts.Vers 16 Ook maakte de koning Salomo tweehonderd rondassen van geslagen goud; zeshonderd sikkelen gouds liet hij opwegen tot elke rondas.27 sikkelen Versta, gemene sikkels, van welker waarde zie Gen. 24:22.28 opwegen Hebreeuws, deed hij opklimmen, of opgaan.Vers 17 Insgelijks driehonderd schilden van geslagen goud; drie pond gouds liet hij opwegen tot elk schild; en de koning leide ze in het huis des wouds van Libanon.29 pond gouds Hebreeuws, Manim; een mina of pond; deed gewoonlijk honderd gemene sikkels; dienvolgens was elk schild waard drie honderd sikkelen gouds. Zie 2 Kron. 9:16.30 in het huis Zie hiervan boven, 1 Kon. 7:2.Vers 18 Nog maakte de koning een groten elpenbenen troon, en hij overtoog denzelven met dicht goud.31 elpenbenen troon, Hebreeuws, een troon des tands; te weten, der olifanten, waarvan het ivoor of elpenbeen komt van hetwelk men tot versiering vele dingen gemaakt heeft, gelijk te zien is hier en onder, 1 Kon. 22:39; Ps. 45:9; Amos 3:15, en Amos 6:4.32 dicht goud. Dat is, dat wel gezuiverd en gelouterd en daarom een zeer dicht en vast is.Vers 19 Deze troon had zes trappen, en het hoofd van den troon was van achteren rond, en aan beide zijden waren leuningen tot de zitplaats toe, en twee leeuwen stonden bij die leuningen.33 rond, Dat is, boogsgewijze, of naar het fatsoen van een boog.34 aan beide zijden Hebreeuws, van hier, van daar, of, van ginds en van weer. Alzo in 1 Kon. 10:20.35 leuningen tot de zitplaats toe, Hebreeuws, handen.Vers 20 En twaalf leeuwen stonden daar op de zes trappen aan beide zijden, desgelijks is in geen koninkrijken gemaakt geweest.Vers 21 Ook waren alle drinkvaten van den koning Salomo van goud, en alle vaten van het huis des wouds van Libanon waren van gesloten goud; geen zilver was er aan; want het werd in de dagen van Salomo niet voor enig ding geacht.36 gesloten goud; Zie boven, 1 Kon. 6:20.37 het werd Te weten, het zilver. Een overtollige manier van spreken. Vergelijk onder, 1 Kon. 10:27, en de aantekeningen daarop.Vers 22 Want de koning had in zee schepen van Tharsis, met de schepen van Hiram; deze schepen van Tharsis kwamen in, eenmaal in drie jaren, brengende goud, en zilver, elpenbeen, en apen, en pauwen.38 Tharsis, Sommigen verstaan door dit woord de grote zee, genaamd Oceanus, en door de schepen van Tarsis, de schepen die in die zee voeren. Anderen nemen Tarsis voor Cilicië, welks hoofdstad, genaamd Tarsus, een zeer vermaarde haven had, in welke men gelegenheid vond om te varen naar Afrika, Indië en andere vergelegen landen. Vergelijk Gen. 10:4. Anderen menen dat Tarsis is Afrika, en dat door de schepen van Tarsis te verstaan is een vloot, toegemaakt om te varen naar de Afrikaanse zee.39 apen, Of, meerkatten.40 pauwen. Of, papegaaien.Vers 23 Alzo werd de koning Salomo groter dan alle koningen der aarde, in rijkdom en in wijsheid.Vers 24 En de ganse aarde zocht het aangezicht van Salomo, om zijn wijsheid te horen, die God in zijn hart gegeven had.41 ganse aarde Versta, niet alle mensen der gehele wereld, maar de voornaamsten, als de prinsen, heren, vorsten, enz. van alle omliggende landen. Zie 2 Kron. 9:23.Vers 25 En zij brachten een ieder zijn geschenk, zilveren vaten, en gouden vaten, en klederen, en harnas, en specerijen, paarden en muilezelen, elk ding van jaar tot jaar.42 elk ding Hebreeuws, de zaak des jaars in het jaar; dat is, elk geschenk jaarlijks.Vers 26 Daartoe vergaderde Salomo wagenen en ruiteren, en hij had duizend en vierhonderd wagenen, en twaalf duizend ruiteren, en leide ze in de wagensteden en bij den koning in Jeruzalem.43 bij den koning Dat is, bij hem. Vergelijk boven, 1 Kon. 10:13.Vers 27 En de koning maakte het zilver in Jeruzalem te zijn als stenen, en de cederen maakte hij te zijn als de wilde vijgebomen, die in de laagte zijn, in menigte.44 maakte het zilver Hebreeuws, gaf.45 als stenen, Een overtollige manier van spreken, zeer groten overvloed te kennen gevende. Zie Gen. 13:16, en boven, 1 Kon. 10:21. Alzo 2 Kron. 9:27.46 vijgebomen, Of, als de sycomoren; dat is, vijgmoerbeziënbomen.Vers 28 En het uitbrengen der paarden was hetgeen Salomo uit Egypte had; en aangaande het linnen garen, de kooplieden des konings namen het linnen garen voor den prijs.47 paarden Egypte was zeer rijk aan schone paarden, fijn vlas en linnen, byssus genaamd, welke van de naburige landen zeer getrokken werden, doch mochten niet dan met betaling van den gezetten tol uitgelaten worden. Farao nu heeft aan Salomo, die zijn dochter getrouwd had, het recht van den tol overgezet, die denzelven door zijn kooplieden of pachters heeft vergaderd, en daarvan groot profijt ontvangen.48 linnen garen, Zie Gen. 41:42.49 kooplieden Versta, de tollenaars, of pachters van de tollen.50 linnen garen voor Mitsgaders de paarden.51 den prijs. Dat is, voor een zekeren gezetten prijs.Vers 29 En een wagen kwam op, en ging uit van Egypte, voor zeshonderd sikkelen zilvers, en een paard voor honderd en vijftig; en alzo voerden ze die uit door hun hand voor alle koningen der Hethieten, en voor de koningen van Syrië.52 een wagen Versta dit van een wagen, die met linnengaren of garenwerk geladen was, en ook van de geladen paarden, ja van de paarden zelf. Een wagen nu gaf viermaal zoveel als een paard, dewijl men gewoon was vier paarden voor een wagen te spannen. De tol dan van een geladen wagen zes honderd sikkels zijnde, was de tol van een geladen paard honderd en vijftig sikkelen.53 zilvers, Zie van des sikkels waarde Gen. 20:16, en Gen. 23:15.54 alzo voerden ze Dat is, de goederen uit Egypte komende, belastte Salomo niet alleen als zij in zijn land kwamen, maar ook als zij gevoerd werden in de landen der Hethieten en Syriërs, van welken Salomo door dit middel ook schatting heeft ontvangen, omdat de paarden en goederen door zijn land of gebied passeren moesten. Anderen verstaan dit alzo, dat de koningen der Hethieten en Syriërs ook tol getrokken hebben van de waren, die in hun landen gebracht werden.55 hun hand Namelijk, van de kooplieden en pachters in 1 Kon. 10:28 gemeld.56 Hethieten, Oostwaarts van Palestina wonende.57 Syrië. Benoorden van Palestina.

Lees heel 1 Koningen 10

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.