De kracht des gebeds
Vers 14 En dit is de vrijmoedigheid, die wij tot Hem hebben, dat zo wij iets bidden naar Zijn wil, Hij ons verhoort.33 de vrijmoedigheid, Dat is, vrijmoedig vertrouwen, gelijk Hebr. 4:16; 1 Joh. 2:28, en 1 Joh. 3:21.34 tot Hem hebben, Namelijk God, gelijk Hij spreekt 1 Joh. 3:21.35 verhoort. Grieks hoort.Vers 15 En indien wij weten, dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, zo weten wij, dat wij de beden verkrijgen, die wij van Hem gebeden hebben.36 wat wij ook bidden, Namelijk naar Zijn wil, gelijk 1 Joh. 5:14.37 de beden Dat is, de zaken die wij bidden.38 verkrijgen, Grieks hebben; dat is, zeker zullen hebben.Vers 16 Indien iemand zijn broeder ziet zondigen een zonde niet tot den dood, die zal God bidden en Hij zal hem het leven geven, dengenen, zeg ik, die zondigen niet tot den dood. Er is een zonde tot den dood; voor dezelve zonde zeg ik niet, dat hij zal bidden.39 zijn broeder ziet Dat is, zijn mede-christen.40 een zonde niet Dat is, een zonde waarop de eeuwige dood niet zeker volgt; dat is die niet onvergeeflijk is.41 bidden en Namelijk voor zijn broeder, dat God hem deze zonde wil vergeven.42 Hij zal hem Namelijk God zal hem zijn zonden vergeven en zo het leven geven; of hij, namelijk die God voor de zonde van zijn broeder bidt, zal met zijn gebed hetzelve bij God teweeg brengen. Zie 1 Tim. 5:16; Jak. 5:20.43 het leven geven, Dat is, van den dood, dien hij door zijn zonde verdiend had, verlossen.44 een zonde tot den dood; Dat is, die zekerlijk den dood met zich brengt, welke is de lastering tegen den Heiligen Geest, wanneer iemand de waarheid der christelijke leer, waarvan hij door den Heiligen Geest is verlicht en overtuigd, loochent en deze vijandig lastert en vervolgt. Zie de aantekeningen Matth. 12:31.45 dat hij zal bidden. Namelijk daar God zodanigen zondaren de zonden niet wil vergeven, maar geeft hen over in hun onboetvaardigheid tot het einde toe, doordien zij het middel tot de boetvaardigheid, hetwelk Christus' offerande is, en de overtuiging van den Heiligen Geest verwerpen en tegenstaan.Vers 17 Alle ongerechtigheid is zonde; en er is zonde niet tot den dood.46 niet tot den dood. Dit is niet te verstaan, dat er enige zonde zo licht zou wezen, dat zij den dood niet zou verdienen, hoe klein deze ook mogen zijn; want dat strijdt tegen Deut. 27:26; Jak. 2:10; maar dat zij niet noodzakelijk den dood meebrengt, maar vergeven kan worden, als de zondaar daarover een oprecht berouw en leedwezen toont.Vers 18 Wij weten, dat een iegelijk, die uit God geboren is, niet zondigt; maar die uit God geboren is, bewaart zichzelven, en de boze vat hem niet.47 niet zondigt; Namelijk tot den dood; nog zo dat de zonde over hem de heerschappij heeft. Zie 1 Joh. 3:9.48 bewaart zichzelven, Namelijk dat hij in deze zonde niet vervalle.49 de boze Dat is, de duivel, die hem tot deze zonde zoekt te brengen; Matth. 6:13.50 vat hem niet. Of raakt hem niet; dat is, heeft geen vat op hem, om hem in die zonde te trekken.Vers 19 Wij weten, dat wij uit God zijn, en dat de gehele wereld ligt in het boze.51 wij uit God zijn, Namelijk die in Christus geloven.52 de gehele wereld ligt Dat is, alle andere mensen, die niet zijn wedergeboren noch geloven.53 in het boze. Dat is, in de zonde en onder het geweld des duivels.Vers 20 Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is, en heeft ons het verstand gegeven, dat wij den Waarachtige kennen; en wij zijn in den Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God, en het eeuwige Leven.54 het verstand gegeven, Dat is, de rechte en zaligmakende kennis van den waren God, waarin het eeuwige leven bestaat, Joh. 17:3. Of verstand gegeven, opdat wij den waarachtigen mogen kennen.55 den Waarachtige kennen; Dat is, den waren en levenden God, den Vader van onzen Zaligmaker Jezus Christus.56 wij zijn in den Waarachtige, Dat is, wij hebben door het geloof gemeenschap met Hem, 1 Joh. 1:3.57 namelijk in Zijn Anderen voegen hier tussen het woordje en, gelijk 1 Joh. 1:3, en verstaan bij dezen waarachtige ook den Vader, gelijk in het voorgaande.58 Deze is de waarachtige Namelijk Jezus Christus. Zie Joh. 17:3.59 het eeuwige Leven. Dat is, de oorsprong, verdiener en gever van het eeuwige leven; Joh. 1:4, en Joh. 10:28, en Joh. 14:6.Vers 21 Kinderkens, bewaart uzelven van de afgoden. Amen.60 bewaart uzelven Dat is, wacht u en draagt zorg, dat gij u met geen afgoderij besmet.61 afgoden. Amen. Dat is, valse goden, of beelden, die tot afgoderij misbruikt worden, dat gij deze generlei eer of dienst betoont, daar dit met de christelijke religie en den waren godsdienst geenszins kan bestaan.