Advertentie

1 Johannes 4

21 verzen · 73 kanttekeningen · Statenvertaling

Waarschuwing tegen dwaalleraars 

Vers 1 Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld.1 geest, maar Dat is, leraar, die voorgeeft dat zijn leer is uit openbaring van den Heiligen Geest; zie 1 Tim. 4:1.2 beproeft de geesten, Namelijk aan den toetssteen van Gods Woord. Zie 1 Thess. 5:21.3 of zij uit God zijn; Dat is, of hun leer van God is ingegeven en met Gods Woord overeenkomt.4 valse profeten zijn Dat is, valse leraars. Want gelijk profeten genoemd worden, niet alleen die toekomende dingen voorzeggen maar ook die de Schrift uitleggen, 1 Cor. 14:3,37; zo worden ook valse profeten genoemd, niet alleen die iets voorzeggen dat niet waar is maar ook die de Schrift verkeerd uitleggen, en valse leringen drijven; zie Matth. 24:24.5 uitgegaan in de wereld. Zie 1 Joh. 2:19.Vers 2 Hieraan kent gij den Geest van God: alle geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God;6 kent gij Of kent hieraan den Geest Gods, gebiedender wijze.7 den Geest van God: De leer, die door Gods Geest ingegeven is. Of een recht leraar die door Gods Geest gedreven wordt.8 geest, die Dat is, leraar. Zie 1 Joh. 4:1.9 belijdt, Dat is, openlijk leert en bekent.10 dat Jezus Christus Grieks Jezus Christus in het vlees gekomen zijnde. Zie 1 Joh. 4:3, en 2 Joh.:7.11 in het vlees gekomen is, Dat is, de menselijke natuur heeft aangenomen, om ons als de enige Middelaar in deze met God te verzoenen. Zie Joh. 1:14; Rom. 1:3. Dit is het voornaamste hoofdstuk der christelijke religie, en als het geheel daarvan. Zie Matth. 16:16; Mark. 8:29; Joh. 20:31; Rom. 1:3,4; en daaruit blijkt dat Hij de Zoon Gods geweest is eer Hij de menselijke natuur heeft aangenomen.12 die is uit God; Die is een oprecht leraar, die de goddelijke waarheid en leer voorstelt.Vers 3 En alle geest, die niet belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God niet; maar dit is de geest van den antichrist, welken geest gij gehoord hebt, dat komen zal, en is nu alrede in de wereld.13 de geest van Dat is, de leer van den antichrist, die strijdt tegen de waarheid van den persoon en het ambt van Christus.Vers 4 Kinderkens, gij zijt uit God, en hebt hen overwonnen; want Hij is meerder, Die in u is, dan die in de wereld is.14 uit God, Door den Geest Gods wedergeboren en daardoor met de kennis der ware en goddelijke leer verlicht.15 hen Namelijk de valse leraars.16 overwonnen; want Namelijk door uw standvastigheid in de ware leer, waarvan zij u niet hebben kunnen aftrekken of verleiden. Zie Matth. 24:24.17 Hij is Namelijk de Geest Gods.18 meerder, Dat is, machtiger, gelijk Joh. 10:29, en 1 Joh. 3:20. Namelijk om u bij de waarheid te behouden en tegen de verleidingen te versterken.19 Die in u is, Dat is, die u God gegeven heeft, en in u blijft. Zie 1 Joh. 3:9.20 in de wereld is. Namelijk de duivel of de geest der dwaling, 1 Joh. 4:6, die in de wereldse en onherboren mensen is, zoals de valse leraars zijn, gelijk in 1 Joh. 4:5 gezegd wordt.Vers 5 Zij zijn uit de wereld, daarom spreken zij uit de wereld, en de wereld hoort hen.21 Zij zijn uit Namelijk de valse leraars.22 zij uit de wereld, Dat is, dingen die uit de wereld zijn, en die met het verstand der onwedergeboren mensen of ook met hunne wereldse lusten overeenkomen.23 de wereld Dat is, de wereldse en onwedergeboren mensen, gelijk 1 Joh. 3:13.24 hoort hen. Dat is, neemt hun valse leer aan.Vers 6 Wij zijn uit God. Die God kent, hoort ons; die uit God niet is, hoort ons niet. Hieruit kennen wij den geest der waarheid, en den geest der dwaling.25 Wij zijn Namelijk apostelen, en die met ons enerlei leer voorstellen.26 uit God. Dat is, niet alleen door den Geest Gods wedergeboren en verlicht met de kennis der waarheid; maar ook door Hem geroepen om Zijn goddelijke waarheid en mensen zuiver te prediken.27 kent, Namelijk recht, gelijk Hij zich in Zijn Woord geopenbaard heeft.28 hoort ons; Dat is, neemt onze leer aan, gelijk tevoren.29 Hieruit kennen wij Namelijk als men ons hoort of niet hoort.30 den geest der waarheid, Namelijk als men ons hoort en onze leer aanneemt.31 den geest der dwaling. Namelijk als men ons niet hoort. Zodat uit de leer en schriften der apostelen [gelijk ook der profeten en Evangelisten] moet geoordeeld worden omtrent waarheid of dwaling in de leer.

Opwekking tot liefde voor God en den naaste. God is liefde 

Vers 7 Geliefden! Laat ons elkander liefhebben, want de liefde is uit God; en een iegelijk, die liefheeft, is uit God geboren, en kent God;32 uit God; en een Dat is, God is een bewerker der liefde, die deze in ons werkt en ons beveelt.33 is uit God geboren, Dat is, dat is een zeker teken, dat hij waarlijk door den Geest van God is wedergeboren.34 kent God; Namelijk recht, hoedanig Hij is, wat Hem behaagt en wat Hij ons bevolen heeft.Vers 8 Die niet liefheeft, die heeft God niet gekend; want God is liefde.35 liefde. Dat is, God heeft lief, niet alleen zichzelf, maar ook al Zijn schepselen, bijzonder Zijn uitverkorenen in Christus Jezus, met zulk een grote liefde en toegenegenheid, dat men met recht mag zeggen, dat Hij niet alleen liefde heeft, maar ook de liefde zelf is, gelijk Hij ook de wijsheid, goedheid, enz. zelf genoemd wordt.Vers 9 Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem.36 jegens ons Grieks in ons; gelijk ook 1 Joh. 4:16, of onder ons.37 wij zouden Namelijk die in Hem geloven, gelijk uitgedrukt wordt Joh. 3:16.38 leven door Hem. Namelijk geestelijk en eeuwig.Vers 10 Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons lief heeft gehad, en Zijn Zoon gezonden heeft tot een verzoening voor onze zonden.39 is de liefde, niet Dat is, blijkt de grootheid van Gods liefde tot ons.40 liefgehad hebben, Namelijk eerst, zodat wij met onze liefde God tot wederliefde zouden verwekt hebben. Want wij waren van nature haters van God; Rom. 1:30, en vijanden van God; Rom. 5:10.41 lief heeft gehad, Namelijk eerst, gelijk uitgedrukt wordt 1 Joh. 4:19.Vers 11 Geliefden, indien God ons alzo lief heeft gehad, zo zijn ook wij schuldig elkander lief te hebben.42 zó lief heeft gehad, Dat is, met zulk een grote, uitnemende, onverdiende en onuitsprekelijke liefde.43 schuldig Dat is, het is niet alleen betamelijk dat wij het voorbeeld van God als Zijn kinderen hierin navolgen; maar wij zijn daardoor, alsmede door Gods bevel, verplicht om zulks te doen.44 elkander lief te hebben. Dat is, niet alleen God, die de mensen zo uitnemend heeft liefgehad, maar ook wij mensen elkander om Zijnentwil.Vers 12 Niemand heeft ooit God aanschouwd; indien wij elkander liefhebben, zo blijft God in ons, en Zijn liefde is in ons volmaakt.45 Niemand heeft Namelijk der mensen, gelijk uitgedrukt wordt 1 Tim. 6:16.46 aanschouwd; Namelijk met de ogen van het lichaam, gelijk verklaard wordt 1 Joh. 4:20. Dat is, hoewel men God niet met lichamelijke ogen kan zien en aanschouwen, zo blijkt Hij nochtans in ons als wij elkander liefhebben.47 blijft God in Zie hiervan de verklaring op 1 Joh. 3:24.48 Zijn liefde is Namelijk waarmee wij Hem liefhebben.49 volmaakt. Zie de aantekeningen 1 Joh. 2:5.Vers 13 Hieraan kennen wij, dat wij in Hem blijven, en Hij in ons, omdat Hij ons van Zijn Geest gegeven heeft.50 omdat Hij ons Zie de verklaring 1 Joh. 3:24.Vers 14 En wij hebben het aanschouwd, en getuigen, dat de Vader Zijn Zoon gezonden heeft tot een Zaligmaker der wereld.51 aanschouwd, en zie 1 Joh. 1:1.52 der wereld. Dat is, der uitverkorenen en gelovigen in de ganse wereld. Zie Joh. 3:17, en Joh. 4:42, en 1 Joh. 2:2.Vers 15 Zo wie beleden zal hebben, dat Jezus de Zoon van God is, God blijft in hem, en hij in God.53 beleden zal hebben, Namelijk en voorts zal gedaan hebben hetgeen deze belijdenis vereist, namelijk hem met waar geloof zal aangenomen hebben en zijn geloof met de werken der liefde getoond. Want anderszins hebben dit ook de duivelen wel beleden; Matth. 8:29; Mark. 5:7.54 God blijft in hem, Zie de verklaring 1 Joh. 3:24.Vers 16 En wij hebben gekend en geloofd de liefde, die God tot ons heeft. God is liefde; en die in de liefde blijft, blijft in God, en God in hem.55 tot ons heeft. Grieks in ons.56 liefde; Zie der verklaring 1 Joh. 4:8.57 en die in de liefde Dat is, daarom.Vers 17 Hierin is de liefde bij ons volmaakt, opdat wij vrijmoedigheid mogen hebben in den dag des oordeels, namelijk dat gelijk Hij is, wij ook zijn in deze wereld.58 Hierin is de Dat is, hierdoor zijn wij volmaakt in de liefde, namelijk dat gelijk Hij is, wij ook zijn in deze wereld, gelijk volgt.59 vrijmoedigheid mogen Dat is, een vrijmoedig vertrouwen dat wij in dien dag niet zullen veroordeeld worden; daar wij nu de liefde oefenen, en de Heere Christus dan zal te voorschijn brengen de werken der liefde, niet als verdienende oorzaken der vrijspreking en zaligheid, maar als vruchten en kentekenen van ons geloof. Zie Matth. 25:34,35, enz.60 gelijk Hij is, Dat is, gelijk Christus in de liefde gewandeld heeft, en gestadig daarin blijft, wij ook Zijn voetstappen navolgen. Zie 1 Joh. 2:6, en 1 Joh. 3:3, en de aantekeningen aldaar. Of gelijk God de liefde is, wij ook zo in de liefde wandelen; 1 Joh. 4:8,10; Matth. 5:48.Vers 18 Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees buiten; want de vrees heeft pijn, en die vreest, is niet volmaakt in de liefde.61 in de liefde Dat is, in degenen, die hun geloof door de liefde betonen, die waarlijk God en hun naaste liefhebben.62 geen vrees, maar Namelijk van verdoemd te worden in den dag des oordeels, welke vrees een slaafse vrees genoemd wordt. Want hij spreekt hier niet van de vreze Gods, die het beginsel is van alle wijsheid, Ps. 111:10 welke is een kinderlijk ontzag voor de Goddelijke majesteit en zorgvuldigheid om dezen niet te vertoornen; daar die ons wordt geboden; Filipp. 2:12; 1 Petr. 1:17.63 de volmaakte liefde Dat is, als wij God en onzen naaste oprecht liefhebben. Zie 1 Joh. 2:5.64 drijft de vrees buiten; Grieks werpt. Want deze vrees is in de harten en gewetens der zondaren zo vast ingeplant, dat ze als met geweld door een sterk en oprecht geloof buiten het hart gedreven moet worden. Dat wij nu een oprecht geloof hebben, wordt gekend uit de oprechte liefde tot God en onzen naaste, die dus dit uitdrijven ook toegeschreven wordt.65 de vrees heeft Namelijk van verdoemd te zullen worden.66 pijn, en die vreest, Of straffing; dat is, kwelling, angst en benauwdheid des gemoeds, die ophoudt als wij verzekerd zijn van de oprechtheid onzes geloofs, hetwelk geschiedt zo door den geest Gods, als door de werken der liefde, welke hoe groter ze is, hoe minder de vrees en benauwdheid is.67 is niet volmaakt in de liefde. Dat is, heeft nog de rechte liefde niet; want zo hij deze had, hij zou de vrees uitdrijven.Vers 19 Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft.68 Wij hebben Hem lief, Of laat ons Hem, dat is God, liefhebben; want de Griekse tekst laat beide overzettingen toe.69 omdat Hij ons Zie 1 Joh. 4:10.Vers 20 Indien iemand zegt: Ik heb God lief; en haat zijn broeder, die is een leugenaar; want die zijn broeder niet liefheeft, dien hij gezien heeft, hoe kan hij God liefhebben, Dien hij niet gezien heeft?70 haat zijn broeder, Dat is, niet alleen werkelijke haat, maar ook zelfs niet liefheeft; gelijk de volgende woorden verklaren.71 die is een leugenaar; Zie 1 Joh. 2:4.72 dien hij gezien heeft, Dat is, wiens persoon, staat en nood hij ziet door welk zien de liefde en barmhartigheid pleegt ontstoken te worden in het hart.73 hoe kan hij God Hij wil zeggen, die kan geenszins God liefhebben; alzo men lichter door het gezicht dan door het gehoor tot liefde bewogen wordt; en God niet minder de ene liefde als de andere van ons eist.Vers 21 En dit gebod hebben wij van Hem, namelijk dat die God liefheeft, ook zijn broeder liefhebbe.

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.