Sodom en Gomorra: het verhaal en de betekenis
Het verhaal in het kort
Sodom en Gomorra waren twee steden in de vlakte van de Jordaan, waar ook Lot woonde, de neef van Abraham. Hun zonde was groot geworden voor God. Nadat de verwoesting aan Abraham is aangekondigd, komen twee engelen 's avonds in Sodom aan. Lot ontvangt hen gastvrij, maar de mannen van de stad omsingelen zijn huis met kwade bedoelingen — en bevestigen daarmee hoe diep de stad gezonken is.
De engelen dringen er bij Lot op aan te vluchten met zijn vrouw en beide dochters: "Behoud u om uws levens wil; zie niet achter u om". Dan laat de HEERE zwavel en vuur over Sodom en Gomorra regenen; de steden en de hele vlakte worden verwoest. De vrouw van Lot ziet om — en wordt een zoutpilaar.
Waar staat het in de Bijbel?
U leest de verwoesting van Sodom en Gomorra in Genesis 19:1-29. De aanloop staat in Genesis 18: de aankondiging van de verwoesting en de voorbede van Abraham, die God vraagt de stad te sparen als er nog tien rechtvaardigen gevonden worden.
Betekenis en uitleg
Het verhaal laat twee kanten van God zien, die in de Bijbel steeds samengaan. Aan de ene kant Zijn rechtvaardigheid: de zonde van Sodom en Gomorra wordt niet eindeloos aangezien. De steden zijn in de hele Bijbel het voorbeeld geworden van Gods oordeel over de zonde.
Aan de andere kant Zijn geduld en barmhartigheid. Vóór het oordeel staat het opmerkelijke gesprek waarin Abraham als voorbidder optreedt en God telkens verder mag vragen: van vijftig rechtvaardigen tot tien. En zelfs als die er niet blijken te zijn, wordt Lot met zijn gezin ter wille van Abraham uit de stad geleid — de engelen grijpen hem letterlijk bij de hand als hij aarzelt.
De vrouw van Lot is een waarschuwing apart: gered uit de stad, maar met haar hart nog ín de stad. De Heere Jezus verwijst daar zelf naar als Hij over Zijn wederkomst spreekt: "Gedenkt aan de vrouw van Lot" (Lukas 17:32). Wie gered wordt, moet niet omzien naar wat hij achterlaat.