Bijbelteksten over troost
De Bijbel spreekt niet over troost van een afstand: God noemt Zichzelf "de God aller vertroosting". Hieronder staan veertien teksten bij elkaar, in vijf kleine stappen — van Gods nabijheid in het verdriet tot de troost die blijft. Elke verwijzing linkt naar het hoofdstuk waarin de tekst staat, want troostwoorden staan nooit los van hun verband.
God is nabij in verdriet
(34:19) Koph. De HEERE is nabij de gebrokenen van harte, en Hij behoudt de verslagenen van geest.
Troost begint in de Bijbel niet met een verklaring, maar met nabijheid. Wie gebroken is, hoeft niet eerst overeind te komen: de HEERE komt naar de gebrokenen toe.
Hij geneest de gebrokenen van hart, en Hij verbindt hen in hun smarten.
Eén vers verder telt dezelfde God het getal van de sterren. Wie hemel en aarde bestuurt, buigt Zich hier over wonden — voor Hem is geen verdriet te klein.
Zalig zijn die treuren; want zij zullen vertroost worden.
De Heere Jezus prijst niet het verdriet, maar de treurenden zalig: hun wacht vertroosting. Zo krijgt het verdriet een belofte mee.
In het donkerste dal
Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.
Het bekendste troostvers van de Bijbel belooft niet dat het dal uitblijft, maar dat er Eén meegaat — er dwars doorheen. "Gij zijt met mij" is genoeg.
Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn, en door de rivieren, zij zullen u niet overstromen; wanneer gij door het vuur zult gaan, zult gij niet verbranden, en de vlam zal u niet aansteken.
Water en vuur staan hier voor wat een mens boven het hoofd groeit. Ook deze belofte is niet dat het water wegblijft, maar: "Ik zal bij u zijn."
Als de ziel neergebogen is
(42:12) Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige Verlossing mijns aangezichts, en mijn God.
De dichter spreekt zijn eigen neergebogen ziel toe, voor Gods aangezicht. Hopen op God is hier geen gevoel dat vanzelf komt, maar een keuze die het gevoel voorgaat.
Een lied Hammaaloth. Ik hef mijn ogen op naar de bergen, vanwaar mijn hulp komen zal. Mijn hulp is van den HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft.
Hulp begint met opzien. Niet de bergen helpen — maar Die hemel en aarde gemaakt heeft, en dus ook de bergen.
Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.
Soms is verdriet vooral moeheid. Er is geen voorwaarde vooraf: juist wie niet meer kan, wordt geroepen. De rust die de Heere Jezus geeft, begint bij het komen.
Elke morgen nieuw
Cheth. Het zijn de goedertierenheden des HEEREN, dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben; Cheth. Zij zijn allen morgen nieuw, Uw trouw is groot.
Deze woorden staan midden in het donkerste boek van de Bijbel — geen conclusie ná het verdriet, maar houvast erin. Gods trouw raakt niet op; zij is er elke ochtend opnieuw.
Als een, dien zijn moeder troost, alzo zal Ik u troosten; ja, gij zult te Jeruzalem getroost worden.
Een moeder troost niet met argumenten, maar met haar nabijheid. Zó, zegt God, troost Ik u.
Geloofd zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, de Vader der barmhartigheden, en de God aller vertroosting; Die ons vertroost in al onze verdrukking, opdat wij zouden kunnen vertroosten degenen, die in allerlei verdrukking zijn, door de vertroosting, met welke wij zelven van God vertroost worden.
Getroost worden heeft een doel dat verder reikt dan uzelf: wie zelf vertroost is, kan een ander tot troost zijn. Zo gaat de vertroosting rond.
De troost die blijft
Uw hart worde niet ontroerd; gijlieden gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden. En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn, en u plaats zal bereid hebben, zo kome Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt, waar Ik ben.
Aan de vooravond van Zijn lijden troost de Heere Jezus Zijn discipelen — niet andersom. Het afscheid heeft een doel: "opdat gij ook zijn moogt, waar Ik ben."
Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goeden moed, Ik heb de wereld overwonnen.
De verdrukking wordt niet weggenomen, maar overwonnen. De vrede die Hij geeft, rust niet op de omstandigheden, maar op Zijn overwinning.
En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn weggegaan.
De Bijbel eindigt niet met een les, maar met een belofte: God Zelf wist de tranen af. Alle troost onderweg is daarvan een voorproef.
Verder met deze teksten
Wilt u langer met deze woorden bezig zijn? Het leesplan Psalmen van troost leest in zeven dagen zeven troostpsalmen, in uw eigen tempo. En wie elke ochtend één bijbeltekst wil ontvangen, kan zich aanmelden voor de dagtekst per e-mail.