Gewen u toch aan Hem, en heb vrede; daardoor zal u het goede overkomen. Ontvang toch de wet uit Zijn mond, en leg Zijn redenen in uw hart. Zo gij u bekeert tot den Almachtige, gij zult gebouwd worden; doe het onrecht verre van uw tenten. Dan zult gij het goud op het stof leggen, en het goud van Ofir bij den rotssteen der beken; Ja, de Almachtige zal uw overvloedig goud zijn, en uw krachtig zilver zijn; Want dan zult gij u over den Almachtige verlustigen, en gij zult tot God uw aangezicht opheffen. Gij zult tot Hem ernstiglijk bidden, en Hij zal u verhoren; en gij zult uw geloften betalen. Als gij een zaak besluit, zo zal zij u bestendig zijn; en op uw wegen zal het licht schijnen.