Psalmen

<- Gezang 32 | Gezang 33 | Gezang 34 ->

Gezang 33:4

4
Gij Isrels Vorst, Gods eigen Zoon,
gevangen en gebonden,
G' ontvangt der overtreed'ren loon,
en Gij, Gij kent geen zonden.
Men lastert U; Gij, groot van moed,
verdraagt en zwijgt. Men eist uw bloed;
Gij laat het willig stromen.
Om met dat bloed tot God te gaan,
zijt Gij, met onze vloek belaan,
in 't uur des doods gekomen.
Toon volledig gezang
Toon nummering: naast | in tekst | niet
Verander tekstgrootte: vergroten | verkleinen | herstellen (momenteel 10pt)
Vergroot leesbaarheid is uitgeschakeld: inschakelen | Achtergrond uit.
Deze pagina afdrukken
Openen als MS-Word-document
Openen als PDF-document