Bijbelboeken

Hoofdstukken:1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31

Spreuken 1:8-19


    Plicht der kinderen

  1. Mijn zoon! hoor de tucht uws vaders, en verlaat de leer uwer moeder niet;
  2. Want zij zullen uw hoofd een aangenaam toevoegsel zijn, en ketenen aan uw hals.
  3. Mijn zoon! indien de zondaars u aanlokken, bewillig niet;
  4. Indien zij zeggen: Ga met ons, laat ons loeren op bloed, ons versteken tegen den onschuldige, zonder oorzaak;
  5. Laat ons hen levend verslinden, als het graf; ja, geheel en al, gelijk die in den kuil nederdalen;
  6. Alle kostelijk goed zullen wij vinden, onze huizen zullen wij met roof vullen.
  7. Gij zult uw lot midden onder ons werpen; wij zullen allen een buidel hebben.
  8. Mijn zoon! wandel niet met hen op den weg; weer uw voet van hun pad.
  9. Want hun voeten lopen ten boze; en zij haasten zich om bloed te storten.
  10. Zekerlijk, het net wordt tevergeefs gespreid voor de ogen van allerlei gevogelte;
  11. En deze loeren op hun eigen bloed, en versteken zich tegen hun zielen.
  12. Zo zijn de paden van een iegelijk, die gierigheid pleegt; zij zal de ziel van haar meester vangen.


Ga naar of .


Toon volledig hoofdstuk
Toon nummering: naast | in tekst | niet
Verander tekstgrootte: vergroten | verkleinen | herstellen (momenteel 10pt)
Vergroot leesbaarheid is uitgeschakeld: inschakelen | Achtergrond uit.
Deze pagina afdrukken
Openen als MS-Word-document
Openen als PDF-document