Bijbelboeken

Hoofdstukken:1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16

Romeinen 12:9-21


    Onderlinge liefde

  1. De liefde zij ongeveinsd. Hebt een afkeer van het boze, en hangt het goede aan.
  2. Hebt elkander hartelijk lief met broederlijke liefde; met eer de een den ander voorgaande.
  3. Zijt niet traag in het benaarstigen. Zijt vurig van geest. Dient den Heere.
  4. Verblijdt u in de hoop. Zijt geduldig in de verdrukking. Volhardt in het gebed.
  5. Deelt mede tot de behoeften der heiligen. Tracht naar herbergzaamheid.
  6. Zegent hen, die u vervolgen; zegent en vervloekt niet.
  7. Verblijdt u met de blijden; en weent met de wenenden.
  8. Weest eensgezind onder elkander. Tracht niet naar de hoge dingen, maar voegt u tot de nederige. Zijt niet wijs bij uzelven.
  9. Vergeldt niemand kwaad voor kwaad. Bezorgt hetgeen eerlijk is voor alle mensen.
  10. Indien het mogelijk is, zoveel in u is, houdt vrede met alle mensen.
  11. Wreekt uzelven niet, beminden, maar geeft den toorn plaats; want er is geschreven: Mij komt de wraak toe; Ik zal het vergelden, zegt de Heere.
  12. Indien dan uw vijand hongert, zo spijzigt hem; indien hem dorst, zo geeft hem te drinken; want dat doende, zult gij kolen vuurs op zijn hoofd hopen.
  13. Wordt van het kwade niet overwonnen, maar overwint het kwade door het goede.


Ga naar of .


Toon volledig hoofdstuk
Toon nummering: naast | in tekst | niet
Verander tekstgrootte: vergroten | verkleinen | herstellen (momenteel 10pt)
Vergroot leesbaarheid is uitgeschakeld: inschakelen | Achtergrond uit.
Deze pagina afdrukken
Openen als MS-Word-document
Openen als PDF-document