Bijbelboeken

Hoofdstukken:1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36

Numeri 34:16-29


    Benoeming van hen, die het land verdelen zullen

  1. Voorts sprak de Heere tot Mozes, zeggende:
  2. Dit zijn de namen der mannen, die ulieden het land ten erve zullen uitdelen: Eleazar, de priester, en Jozua, de zoon van Nun.
  3. Daartoe zult gij uit elken stam een overste nemen, om het land ten erve uit te delen.
  4. En dit zijn de namen dezer mannen: van den stam van Juda, Kaleb, zoon van Jefunne;
  5. En van den stam der kinderen van Simeon, Semuel, zoon van Ammihud;
  6. Van den stam van Benjamin, Elidad, zoon van Chislon;
  7. En van den stam der kinderen van Dan, de overste Bukki, zoon van Jogli;
  8. Van de kinderen van Jozef: van den stam der kinderen van Manasse, de overste Hanniel, zoon van Efod;
  9. En van den stam der kinderen van Efraim, de overste Kemuel, zoon van Siftan;
  10. En van den stam der kinderen van Zebulon, de overste Elizafan, zoon van Parnach;
  11. En van den stam der kinderen van Issaschar, de overste Paltiel, zoon van Azzan;
  12. En van den stam der kinderen van Aser, de overste Achihud, zoon van Selomi;
  13. En van den stam der kinderen van Nafthali, de overste Pedael, zoon van Ammihud.
  14. Dit zijn ze, dien de Heere geboden heeft, den kinderen Israels de erfenissen uit te delen, in het land Kanaan.


Ga naar of .


Toon volledig hoofdstuk
Toon nummering: naast | in tekst | niet
Verander tekstgrootte: vergroten | verkleinen | herstellen (momenteel 10pt)
Vergroot leesbaarheid is uitgeschakeld: inschakelen | Achtergrond uit.
Deze pagina afdrukken
Openen als MS-Word-document
Openen als PDF-document