Bijbelboeken

Hoofdstukken:1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16

Markus 2:18-22


    Het vasten

  1. En de discipelen van Johannes en der Farizeen vastten; en zij kwamen en zeiden tot Hem: Waarom vasten de discipelen van Johannes en der Farizeen, en Uw discipelen vasten niet?
  2. En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen vasten, terwijl de Bruidegom bij hen is? Zo langen tijd zij den Bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten.
  3. Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en alsdan zullen zij vasten in dezelve dagen.
  4. En niemand naait een lap ongevold laken op een oud kleed; anders scheurt deszelfs nieuwe aangenaaide lap iets af van het oude kleed, en er wordt een ergere scheur.
  5. En niemand doet nieuwen wijn in oude lederzakken; anders doet de nieuwe wijn de leder zakken bersten en de wijn wordt uitgestort, en de leder zakken verderven; maar nieuwen wijn moet men in nieuwe leder zakken doen.


Ga naar of .


Toon volledig hoofdstuk
Toon nummering: naast | in tekst | niet
Verander tekstgrootte: vergroten | verkleinen | herstellen (momenteel 10pt)
Vergroot leesbaarheid is uitgeschakeld: inschakelen | Achtergrond uit.
Deze pagina afdrukken
Openen als MS-Word-document
Openen als PDF-document