1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21
Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen.
Ga naar hoofdstuk 14 of hoofdstuk 16.