Bijbelboeken

Hoofdstukken:1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13

HebreeŽn 10:1-18


    Het ene offer van Christus volmaakt in eeuwigheid

  1. Want de wet, hebbende een schaduw der toekomende goederen, niet het beeld zelf der zaken, kan met dezelfde offeranden, die zij alle jaren geduriglijk opofferen, nimmermeer heiligen degenen, die daar toegaan.
  2. Anderszins zouden zij opgehouden hebben, geofferd te worden, omdat degenen, die den dienst pleegden, geen geweten meer zouden hebben der zonden, eenmaal gereinigd geweest zijnde;
  3. Maar nu geschiedt in dezelve alle jaren weder gedachtenis der zonden.
  4. Want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren en bokken de zonden wegneme.
  5. Daarom, komende in de wereld, zegt Hij: Slachtoffer en offerande hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij het lichaam toebereid;
  6. Brandofferen en offer voor de zonde hebben U niet behaagd.
  7. Toen sprak Ik: Zie, Ik kom (in het begin des boeks is van Mij geschreven), om Uw wil te doen, o God!
  8. Als Hij te voren gezegd had: Slachtoffer, en offerande, en brandoffers, en offer voor de zonde hebt Gij niet gewild, noch hebben U behaagd (dewelke naar de wet geofferd worden);
  9. Toen sprak Hij: Zie, Ik kom, om Uw wil te doen, o God! Hij neemt het eerste weg, om het tweede te stellen.
  10. In welken wil wij geheiligd zijn, door de offerande des lichaams van Jezus Christus, eenmaal geschied.
  11. En een iegelijk priester stond wel alle dagen dienende, en dezelfde slachtofferen dikmaals offerende, die de zonden nimmermeer kunnen wegnemen;
  12. Maar Deze, een slachtoffer voor de zonden geofferd hebbende, is in eeuwigheid gezeten aan de rechter hand Gods;
  13. Voorts verwachtende, totdat Zijn vijanden gesteld worden tot een voetbank Zijner voeten.
  14. Want met een offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden.
  15. En de Heilige Geest getuigt het ons ook;
  16. Want nadat Hij te voren gezegd had: Dit is het verbond, dat Ik met hen maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten geven in hun harten, en Ik zal die inschrijven in hun verstanden;
  17. En hun zonden en hun ongerechtigheden zal Ik geenszins meer gedenken.
  18. Waar nu vergeving derzelve is, daar is geen offerande meer voor de zonde.


Ga naar of .


Toon volledig hoofdstuk
Toon nummering: naast | in tekst | niet
Verander tekstgrootte: vergroten | verkleinen | herstellen (momenteel 10pt)
Vergroot leesbaarheid is uitgeschakeld: inschakelen | Achtergrond uit.
Deze pagina afdrukken
Openen als MS-Word-document
Openen als PDF-document