Bijbelboeken

Hoofdstukken:1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50

Genesis 29:31-35


    Lea's zonen

  1. Toen nu de Heere zag, dat Lea gehaat was, opende Hij haar baarmoeder; maar Rachel was onvruchtbaar.
  2. En Lea werd bevrucht, en baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Ruben; want zij zeide: Omdat de Heere mijn verdrukking heeft aangezien, daarom zal mijn man mij nu liefhebben.
  3. En zij werd wederom bevrucht, en baarde een zoon, en zeide: Dewijl de Heere gehoord heeft, dat ik gehaat was, zo heeft Hij mij ook dezen gegeven; en zij noemde zijn naam Simeon.
  4. En zij werd nog bevrucht, en baarde een zoon, en zeide: Nu zal zich ditmaal mijn man bij mij voegen, dewijl ik hem drie zonen gebaard heb; daarom noemde zij zijn naam Levi.
  5. En zij werd wederom bevrucht, en baarde een zoon, en zeide: Ditmaal zal ik den Heere loven; daarom noemde zij zijn naam Juda. En zij hield op van baren.


Ga naar of .


Toon volledig hoofdstuk
Toon nummering: naast | in tekst | niet
Verander tekstgrootte: vergroten | verkleinen | herstellen (momenteel 10pt)
Vergroot leesbaarheid is uitgeschakeld: inschakelen | Achtergrond uit.
Deze pagina afdrukken
Openen als MS-Word-document
Openen als PDF-document