1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34
Gedenkt, wat u Amalek gedaan heeft op den weg, als gij uit Egypte uittoogt;
Hoe hij u op den weg ontmoette, en sloeg onder u in den staart al de zwakken achter u, als gij moede en mat waart; en hij vreesde God niet.
Het zal dan geschieden, als u de Heere, uw God, rust zal gegeven hebben, van al uw vijanden rondom, in het land, dat u de Heere, uw God, ten erve geven zal, om hetzelve erfelijk te bezitten, dat gij de gedachtenis van Amalek van onder den hemel zult uitdelgen; vergeet het niet!
Ga naar hoofdstuk 24 of hoofdstuk 26.