Bijbelboeken

Hoofdstukken:1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34

Deuteronomium 15:19-23


    Heiliging der eerstgeborenen van het vee

  1. Al het eerstgeborene, dat onder uw runderen en onder uw schapen zal geboren worden, zijnde een manneken, zult gij den Heere, uw God, heiligen; gij zult niet arbeiden met den eerstgeborene van uw os, noch de eerstgeborene uwer schapen scheren.
  2. Voor het aangezicht des Heeren, uws Gods, zult gij ze jaar op jaar eten in de plaats, die de Heere zal verkiezen, gij en uw huis.
  3. Doch als enig gebrek daaraan zal zijn, hetzij mank of blind, of enig kwaad gebrek, zo zult gij het den Heere, uw God, niet offeren;
  4. In uw poorten zult gij het eten; de onreine en de reine te zamen, als een ree, en als een hert,
  5. Zijn bloed alleen zult gij niet eten; gij zult het op de aarde uitgieten als water.


Ga naar of .


Toon volledig hoofdstuk
Toon nummering: naast | in tekst | niet
Verander tekstgrootte: vergroten | verkleinen | herstellen (momenteel 10pt)
Vergroot leesbaarheid is uitgeschakeld: inschakelen | Achtergrond uit.
Deze pagina afdrukken
Openen als MS-Word-document
Openen als PDF-document