Bijbelboeken

Hoofdstukken:1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29

1 Kronieken 8:12-53


    SŠlomo bij de inwijding van den tempel

  1. De kinderen van Elpaal nu waren Eber, en Misam, en Semed; deze heeft Ono gebouwd, en Lod en haar onderhorige plaatsen;
  2. En Beria, en Sema; dezen waren hoofden der vaderen van de inwoners te Ajalon; dezen hebben de inwoners van Gath verdreven.
  3. En Ahjo, Sasak en Jeremoth,
  4. En Zebadja, en Arad, en Eder,
  5. En Michael, en Jispa, en Joha waren kinderen van Beria.
  6. En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,
  7. En Jismerai, en Jizlia en Jobab, de kinderen van Elpaal.
  8. En Jakim, en Zichri, en Zabdi,
  9. En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,
  10. En Adaja, en Beraja, en Simrath waren kinderen van Simei.
  11. En Jispan, en Eber, en Eliel,
  12. En Abdon, en Zichri, en Hanan,
  13. En Hananja, en Elam, en Antothija,
  14. En Jifdeja, en Pnuel waren zonen van Sasak.
  15. En Samserai, en Seharja, en Athalja,
  16. En Jaaresja, en Elia, en Zichri waren zonen van Jeroham.
  17. Dezen waren de hoofden der vaderen, hoofden naar hun geslachten; dezen woonden te Jeruzalem.
  18. En te Gibeon woonde de vader van Gibeon; en de naam zijner huisvrouw was Maacha.
  19. En zijn eerstgeboren zoon was Abdon, daarna Zur, en Kis, en Baal, en Nadab,
  20. En Gedor, en Ahio, en Zecher.
  21. En Mikloth gewon Simea; en dezen woonden ook tegenover hun broederen te Jeruzalem, met hun broederen.
  22. Ner nu gewon Kis, en Kis gewon Saul, en Saul gewon Jonathan, en Malchi-sua, Abinadab, en Esbaal.
  23. En Jonathans zoon was Merib-baal, en Merib-baal gewon Micha.
  24. De kinderen van Micha nu waren Pithon, en Melech, en Thaarea, en Achaz.
  25. En Achaz gewon Jehoadda, en Jehoadda gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; Zimri nu gewon Moza;
  26. En Moza gewon Bina; zijn zoon was Rafa; zijn zoon was Elasa; zijn zoon was Azel.
  27. Azel nu had zes zonen, en dit zijn hun namen; Azrikam, Bochru, en Ismael, en Searja, en Obadja, en Hanan. Al dezen waren zonen van Azel.
  28. En de zonen van Esek, zijn broeder, waren Ulam, zijn eerstgeborene, Jeus, de tweede, en Elifelet, de derde.
  29. En de zonen van Ulam waren mannen, kloeke helden, den boog spannende, en zij hadden vele zonen, en zoons zonen, honderd en vijftig. Al dezen waren van de kinderen van Benjamin.


Ga naar of .


Toon volledig hoofdstuk
Toon nummering: naast | in tekst | niet
Verander tekstgrootte: vergroten | verkleinen | herstellen (momenteel 10pt)
Vergroot leesbaarheid is uitgeschakeld: inschakelen | Achtergrond uit.
Deze pagina afdrukken
Openen als MS-Word-document
Openen als PDF-document