Bijbelboeken

Hoofdstukken:1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29

1 Kronieken 16:29-43


    Achab koning van IsraŽl

  1. Geeft den Heere de eer Zijns Naams, brengt offer, en komt voor Zijn aangezicht; aanbidt den Heere in de heerlijkheid des heiligdoms.
  2. Schrikt voor Zijn aangezicht, gij, gehele aarde! Ook zal de wereld bevestigd worden, dat zij niet bewogen worde.
  3. Dat de hemelen zich verblijden, en de aarde verheuge zich, en dat men onder de heidenen zegge: De Heere regeert.
  4. Dat de zee bruise met haar volheid, dat het veld huppele van vreugde, met al wat daarin is.
  5. Dan zullen de bomen des wouds juichen voor het aangezicht des Heeren, omdat Hij komt, om de aarde te richten.
  6. Looft den Heere, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.
  7. En zegt: Verlos ons, o God onzes heils, en verzamel ons, en red ons van de heidenen, dat wij Uw heiligen Naam loven, en dat wij ons Uws lofs roemen.
  8. Geloofd zij de Heere, de God Israels, van eeuwigheid tot eeuwigheid! En al het volk zeide: Amen! en het loofde den Heere.
  9. Alzo liet hij daar, voor de ark des verbonds des Heeren, Asaf en zijn broederen, om geduriglijk te dienen voor de ark, naardat op elken dag besteld was.
  10. Obed-edom nu, met hunlieder broederen, waren acht en zestig; en hij stelde Obed-edom, den zoon van Jeduthun, en Hosa, tot poortiers;
  11. En den priester Zadok, en zijn broederen, de priesters, voor den tabernakel des Heeren op de hoogte, welke te Gibeon is;
  12. Om den Heere de brandofferen geduriglijk te offeren op het brandofferaltaar, des morgens en des avonds; en zulks naar alles, wat er geschreven staat in de wet des Heeren, die Hij Israel geboden had.
  13. En met hen Heman en Jeduthun, en de overige uitgelezenen, die met namen uitgedrukt zijn om den Heere te loven; want Zijn goedertierenheid is tot in der eeuwigheid.
  14. Met hen dan waren Heman en Jeduthun, met trompetten en cimbalen voor degenen, die zich lieten horen, en met instrumenten der muziek Gods; maar de zonen van Jeduthun waren aan de poort.
  15. Alzo toog het ganse volk henen, een iegelijk in zijn huis; en David keerde zich, om zijn huis te gaan zegenen.


Ga naar of .


Toon volledig hoofdstuk
Toon nummering: naast | in tekst | niet
Verander tekstgrootte: vergroten | verkleinen | herstellen (momenteel 10pt)
Vergroot leesbaarheid is uitgeschakeld: inschakelen | Achtergrond uit.
Deze pagina afdrukken
Openen als MS-Word-document
Openen als PDF-document